© 2011 Messiaanse Stichting Nafthali


MESSIAANSE STICHTING NAFTHALI -
Yom Teruah
Hoe de dag van schreeuwen Rosj Hasjana werd.
door Nehemia Gordon
Vertaald door Martin Stoeten – Stichting Nafthali
Op de 1e dag van de zevende maand (tisjrie) beveelt de Torah ons om de Nieuwe Maan
te observeren. Hierna volgt de heilige dag van Yom Teruah wat betekent "Dag van
schreeuwen" (Lev 23: 23-
Yom Teruah is een dag van rust waarop werk is verboden (het is een Moadiem Sabbat = Hoge Sabbat). Een van de unieke dingen van Yom Teruah is dat de Torah niet zegt wat het doel van deze heilige of apart gezette dag is. De Torah geeft tenminste één reden aan voor alle andere heilige dagen en twee redenen voor sommige.
Tijdens het feest van Matzot (ongezuurde broden) herdenkt men de Exodus uit Egypte, maar het is ook een viering van het begin van de gerst oogst (Exodus 23: 15; Lev 23:4–14).
Het feest van Shavuot of Pinksteren (Wekenfeest) (7 weken tellen) is een viering van de oogst van de tarwe (Ex 23: 16; 34:22).
Yom Ha-
Tot slot het feest van Soekot , Succot of het Loofhuttenfeest (Hutjes), hier herdenkt men het zwerven van de Israëlieten in de woestijn, maar het is ook een feest van de inzameling van agrarische producten in het najaar (Ex 23: 16).
In tegenstelling tot al deze Torah feesten, heeft Yom Teruah geen duidelijke doel, anders dan dat we op deze dag rusten en daardoor worden geprezen.
In de naam van Yom Teruah kunnen wij een aanwijzing vinden in verband met het doel ervan. Teruah betekent letterlijk het maken van een luid geluid.
Teruah kan het lawaai die gemaakt wordt door een trompet beschrijven of het lawaai dat gemaakt wordt tijdens een grote bijeenkomst. Vooral als mensen schreeuwen of juichen in eenheid (Num 10:5–6).
Bijvoorbeeld:
"En het zal geschieden wanneer de ram van Hoorn een lange stoot maakt, wanneer u het geluid van de sjofar hoort, de hele natie een grote schreeuw schreeuwen zal, dat de muur van de stad op zijn plaats vallen zal en de mensen als één man de muur bestijgen zullen." (Joshua 6: 5)
In dit vers verschijnt de woord "schreeuw" tweemaal, eenmaal als werkwoordsvorm van Teruah en een tweede keer als zelfstandig naamwoord vorm van Teruah.
Hoewel dit vers het geluid noemt van de sjofar (RAM-
Terwijl de Thora ons niet expliciet het doel van Yom Teruah vertelt, geeft de naam aan dat deze is bedoeld als een dag van openbare gebeden.
Het werkwoordsvorm van Teruah verwijst vaak naar lawaai die gemaakt tijdens een bijeenkomst van de trouwe volgelingen en tijdens het aanroepen van de Almachtige in eenheid.
Bijvoorbeeld:
· "Klap handen, alle natiën, schreeuwen of juich naar Elohim, met een jubelzang!" (Ps 47:2)
· "Heel de aarde, Juich naar Elohim!" (Ps 66:1)
· "Jubel voor Elohim, onze kracht, schreeuwen voor de Elohim van Jakob!" (Ps 81:2)
· "Juich of schreeuw naar YHWH, heel de aarde!" (Ps 100:1)
In Leviticus 23: 24 wordt Yom Teruah ook aangeduid als Zichron Teruah. Het woord Zichron wordt soms vertaald als "herinnering of herdenken" maar dit Hebreeuwse woord heeft ook de betekenis van "vermelden" vaak in verwijzing naar het uitspreken de naam van YHWH (bijvoorbeeld Ex 3: 15).
De dag van Zichron Teruah, de "vermelden Schreeuw", kan verwijzen naar een dag van de bijeenkomst in openbare gebeden waarin de menigte van de gelovigen de naam van YHWH in eenheid uitschreeuwt.
Weinig mensen herinneren vandaag de bijbelse naam van Yom Teruah en in plaats daarvan is het algemeen bekend als "Rosh Hashanah", wat letterlijk betekent "hoofd van het jaar" en dus ook "Nieuwjaar".
De omvorming van Yom Teruah (dag van schreeuwen) tot Rosh Hashanah (Nieuw Jaar) is het resultaat van heidense Babylonische invloed op de Joodse natie. De eerste fase in de transformatie was de goedkeuring van de Babylonische maandnamen. De maanden worden genummerd als eerste maand, de maand van het tweede, derde maand Torah, enz (Leviticus 23; Getallen 28).
Tijdens hun verblijf in Babylonië zijn onze voorouders begonnen de heidense Babylonische maandnamen te gebruiken, een feit die in de Talmoed is toegelaten en opgeschreven:
"De namen van de maanden kwam met hen van Babylonië." (Jerusalem Talmud, Rosh Hashanah 56 d 1: 2).
De heidense aard van de Babylonische maandnamen is belichaamd door de vierde maand: Tammuz genoemd. In de Babylonische religie was Tammuz de god van het graan waarvan de jaarlijkse dood en opstanding vruchtbaarheid aan de wereld bracht.
De profeet Ezechiël beschrijft in het boek Ezechiël, een reis naar Jeruzalem waarin
hij joodse vrouwen zag zitten in de tempel "te huilen over Tammuz" (Ezechiël 8: 14).
De reden dat deze vrouwen huilden over Tammuz was omdat volgens de Babylonische mythologie
Tammuz was gedood maar nog niet was opgewekt. In oude Babylonië was de tijd voor
het huilen over Tammuz het begin van de zomer, wanneer de regens ophielden in het
Midden-
Enkele van de Babylonische maandnamen hebben hun weg gevonden in de latere boeken van de Tenach, maar deze worden altijd weergegeven naast de namen van de maanden Torah. Bijvoorbeeld, zegt Esther 3:7;
"In de eerste maand, dat is de maand van Nissan, in het twaalfde jaar van koning Achashverosh."
Dit vers begint door de Torah naam voor de maand ("eerste maand") te geven en vervolgens vertaalt deze maand in de heidense gelijkwaardig ("dat is de maand van Nissan"). Tegen de tijd dat Esther leefde in Babylon leefden bijna alle joden binnen de grenzen van het Perzische rijk en de Perzen hadden de Babylonische kalender aangenomen voor de civiele administratie van hun rijk. Aanvankelijk gebruikte de Joden deze Babylonische maandnamen naast de namen van de maanden volgens de Torah, maar na verloop van tijd vielen de maandnamen volgens de Torah in onbruik.
Toen het Joodse volk meer comfortabel werd met de Babylonische maandnamen werden ze meer vatbaar voor andere Babylonische invloeden.
Dit is vergelijkbaar met de manier waarop de Amerikaanse Joden de naleving van Channukah hebben laten beïnvloeden door Kerstmis. Deze invloed begon met de schijnbaar onschadelijke gewoonte van het geven van geschenken op Channukah.
Tot het moment dat de Joden in Amerika diverse Kerstmis gewoonte (a.o. het geven van geschenken) hadden overgenomen waren deze gebruiken onbekend, en het is nog steeds een zeldzaamheid in Israël.
In Israël hoeft Channukah niet te concurreren met Kerstmis voor de harten en geesten van de Joodse jeugd.
Zodra men tijdens Channukah dit relatief onbelangrijk aspect van Kerstmis opnam werd het rijp voor meer belangrijke invloeden.
Vandaag de dag hebben vele Joden de gewoonte van het opzetten van een "Channukah boom" als een Joodse alternatief voor de kerstboom.
De joden keuren Kerstmis niet goed, maar daarin tegen hebben zij de kerstboom en geschenken geven in een andere form opgenomen (verjoodst) in het Channukah feest.
In dit voorbeeld ziet u hoe gemakkelijk het is om te worden beïnvloed door de praktijken van een buitenlandse godsdienst, vooral wanneer er enkele gelijkenis aanwezig zijn.
Het feit dat Channukah vaak rond dezelfde tijd als Kerstmis valt, heeft de Amerikaanse Joden vergemakkelijkt bepaalde elementen van Kerstmis in hun naleving van Channukah op te nemen.
Net als de Joden van Amerika zijn beïnvloed door Kerstmis werden de oude rabbijnen beïnvloed door de heidense Babylonische religie. Hoewel vele Joden terug keerden naar Judea wanneer de ballingschap officieel beëindigd is in 516 v.Chr., bleven de voorouders van de rabbijnen achter in Babylonië waar rabbinale Judaïsme geleidelijk vorm kreeg. Veel van de vroegst bekende rabbijnen zoals Hillel waren geboren en opgeleid in Babylonië. Inderdaad bleef Babylonia het kerngebied van rabbinale Judaïsme tot de val van de Gaonate in de 11e eeuw CE.
De Babylonische Talmoed zit vol met de invloed van het Babylonische heidendom. Inderdaad, heidense goden zelfs verschijnen in de Talmoed en zijn gerecycled als echte engelen en demons.1
De Babylonische cultuur en religie had zijn invloed op de eerbiediging van Yom Teruah
als een religieuze viering van het Nieuwjaar. Van zeer vroege tijden had de Babyloniërs
een maan-
Op hetzelfde moment wilde de rabbijnen Akitu niet regelrechte aannemen, zodat ze Akitu verjoodsten door het veranderen van de naam van Yom Teruah (dag van schreeuwen) naar Rosh Hashanah (Nieuwjaar). Het feit dat de Torah geen enkele reden opgaf hoe Yom Teruah te houden c.q. vieren, heeft het de rabbijnen ongetwijfeld makkelijker gemaakt om Yom Teruah te veranderen in Nieuwjaarsdag.
Het lijkt misschien bizar om Yom Teruah te vieren als Nieuw Jaar, gezien het feit dat deze op de eerste dag van de zevende maand valt, maar in de context van de Babylonische cultuur was dit vanzelfsprekend. De Babyloniërs vierden eigenlijk Akitu, Nieuw Jaar, tweemaal elk jaar, eenmaal op de eerste van tisjrie en opnieuw zes maanden later op de eerste van Nissan. De eerste viering van het Babylonische Akitu viel samen met Yom Teruah en de tweede Akitu viel samen met de werkelijke Nieuw Jaar in de Torah, op de eerste dag van de eerste maand.
Terwijl de rabbijnen Yom Teruah aankondigden als het begin van het Nieuwe Jaar moesten zij tegelijk erkennen dat de 1e dag van de "eerste maand" volgens de Torah ook een Nieuw Jaar is.
Ze kon dit nauwelijks ontkennen, dit op basis van Exodus 12: 2, die zegt:
"Deze maand zullen voor u het begin zijn van de maanden; het is eerste van de maanden van het jaar."
De context van dit vers spreekt over de viering van Pascha (Pasen) en het feest der ongezuurde broden, die in de eerste maand valt. In het licht van dit vers kunnen de rabbijnen niet ontkennen dat de eerste dag van de eerste maand een bijbelse Nieuw Jaar was. Maar in de culturele context van Babylonië waar Akitu werd gevierd als Nieuwjaar en dit twee keer per jaar, maakte het perfect gevoel dat Yom Teruah een tweede Nieuwjaar zou kunnen zijn, ook al was het in de zevende maand.
In tegenstelling tot Babylonisch heidendom, hoeft de Torah niet te zeggen of impliceren dat Yom Teruah iets te maken heeft met het Nieuwjaar. Integendeel, het feest van Soekot, succot of loofhuttenfeest (hutjes) die precies twee weken na de Yom Teruah plaatsvindt is waarnaar in één vers als "de uitgaan van het jaar" (Ex 23: 16) verwijst.
Niemand zou ooit 15 januari noemen in de moderne westerse kalender "als het uitgaan van het jaar" en de Torah beschrijft dit ook niet.
Sommige moderne rabbijnen hebben betoogd dat Yom Teruah eigenlijk bedoeld is als Rosj Hasjana in Ezechiël 40:1 hier wordt een visie beschreven die de profeet had, "aan het begin van het jaar (Rosj Hasjana) op de tiende van de maand". Het feit dat Ezechiël 40:1 naar de tiende dag van de maand verwijst bewijst in dit verband dat Rosj Hasjana niet "Nieuwjaar" zou kunnen betekenen. In plaats daarvan moet het behouden zijn aan zijn letterlijke betekenis van "het hoofd van het jaar" en het verwijst dan naar de eerste maand in de kalender van de Torah. Daarom, verwijst de tiende dag van Rosj Hasjana in Ezechiël 40:1 naar de tiende dag van de eerste maand.
Yom Teruah wordt vermeld in de volgende Bijbelse passages:
Lev 23: 23-
Nu 29-
Yom Teruah Vragen:
V: wat over Leviticus 25:9?
A: sommige mensen hebben aangevoerd dat Yom Teruah moet worden overwogen als Nieuw Jaar omdat het een begin van het Sabbatsjaar (Jubeljaar) is. Echter, de Thora zegt niet dat Yom Teruah het begin van het Sabbatsjaar is en alle aanwijzingen zijn dat het sabbatsjaar op de 1ste dag van de eerste maand begint.
De Thora zegt het volgende:
"En u deelt een sjofar van Blazen in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Grote Verzoendag deelt u een sjofar overal in alle van uw land." (Lev 25:9)
Dit vers zegt dat een sjofar moet worden gebruikt om aan te kondigen de komst van het Jubeljaar, het vijftigste jaar in de Sabbatical systeem. Het zegt niet dat het Jubeljaar begint op de Grote Verzoendag alleen dat de dreigende aankomst van het Jubeljaar wordt aangekondigd op de Grote Verzoendag. Inderdaad kan de sjofar op Yom Kippur van het 49ste jaar, zes maanden voor het begin van het komende jubileumjaar door het land worden doorgegeven. Deze interpretatie wordt ondersteund door de onmiddellijke context in Leviticus 25. Vers 8 zegt om te tellen negenenveertig jaar, vers 9 zegt schal of blaas de sjofar in het gehele land en vers 10 verkondigen het vijftigste jaar als het Jubeljaar. Dit toont aan dat tijdens de aankondiging van de komende jubileum in vers 9 de sjofar wordt doorgegeven door het land voordat het Jubeljaar eigenlijk in vers 10 wordt uitgeroepen.
V: is de zevende maand niet het begin van de landbouw cyclus?
A: in de Thora is het midden van de zevende maand eigenlijk het einde van de cyclus
van de landbouw, in het bijzonder van de graan-
1 Zvi Cahn, de opkomst van de Karaïtisch sekte, New York, 1937, pagina's 98–101.
Cahn: de centrale thesis of uitgangspunt is dat de weigering van rabbinale leiders
om te wijzen op de diepgewortelde Babylonisch heidendom die was geïnfiltreerd in
het Babylonische jodendom en geleid heeft tot de opkomst van de Karaïtisch rug-